Het verhaal van bakker Wouter Smit

Familie Smit uit Giessendam met derde van links vader Wouter die op 14 april 1944 door een landwachter werd doodgeschoten Piet Smit (1928), de jongste zoon van de doodgeschoten bakker Wouter Smit (foto: 24 september 2008) Graf Wouter Smit en diens zoon Gerrit te Hardinxveld-Giessendam Rouwkaart Wouter Smit Wouter Smit Piet Smit, zoon van bakker Wouter Smit, tijdens het bezoek aan Kamp Amersfoort op 27 maart 2010 Achterkant dvd over Merwedegijzelaars De Tijdreis, artikel uit AD/Dordtenaar en Rivierenland dd 11 april 2014 (pdf-bestand) De Tijdreis, artikel uit AD/Dordtenaar en Rivierenland dd 11 april 2014
Op de avond van 14 april 1944 loopt de 57-jarige Wouter Smit - knecht van bakker Gerrit van der Hof uit Giessendam - samen met nog twee mannen bij het station Giessendam-Neder-Hardinxveld. Zij komen van een ledenvergadering van het Groene Kruis en hebben haast, want het is bijna tien uur, het tijdstip waarop de spertijd ingaat. Plotseling wordt er op de mannen geschoten. Zonder enige aanleiding en zonder een woord te hebben gesproken, opent de jeugdige landwachter Westdijk, gerecruteeerd uit de heffe van de N.S.B., het vuur op de nietsvermoedende mannen. Even staan de mannen perplex, maar de aanblik van de gewonde Wout Smit brengt hen snel tot de werkelijkheid terug. Smits kleding is reeds doordrenkt met bloed. Mensen die het schieten gehoord hebben, komen haastig toegesneld en brengen Smit het koffiehuis van W.A. van der Heuvel binnen. Zij leggen de zwaargewonde man voorzichtig op het biljart. Smit heeft een grote wond in de rug, waar het bloed uitstroomt. Men doet een poging om het bloed te stelpen, maar het wordt snel duidelijk dat redding niet meer mogelijk is. Als korte tijd later de dokter binnenkomt, blijkt de ongelukkige al te zijn overleden.

De jonge landwachter heeft zich na zijn daad snel uit de voeten gemaakt. Wat hem bezielde is nooit duidelijk geworden, vermoedelijk wilde hij laten zien wat hij waard was. De bevolking is echter diep ontzet, de gruweldaad heeft diepe indruk gemaakt. Op woensdag 19 april, het kost nog veel moeite het stoffelijk overschot vrij te krijgen, wordt bakker Wouter Smit op de begraafplaats aan de Achterdijk te Neder-Hardinxveld begraven. De plechtigheid wordt geleid door dominee Van der Poel uit Giessendam samen met dominee Dorsman uit Schelluinen. Heel veel burgers lopen mee achter de baar. De bevolking geeft op deze wijze via een stil protest blijk van haar leed en afschuw. In ieders hoofd speelt de gedachte: 'Zal de ondergrondse iets terug doen?' En de ondergrondse wil iets terugdoen, ze zint op wraak. Ze wil de landwacht, ook wel Jan Hagel genoemd, een oorlogsantwoord geven ... In Sliedrecht is men bovendien nog niet vergeten dat de vader van de jeugdige Westdijk met zijn gezin intrek in de textielzaak van S.H. den Hartog heeft genomen. Westdijk betrok dit pand toen de Joodse familie in 1942 werd opgepakt om nimmerweer terug te keren uit de hel van het concentratiekamp. Den Hartog had zijn pand aan de Rivierdijk, schuin tegenover de Boslaan. Hij was een zeer vooraanstaand ingezetene van Sliedrecht en was onder andere gemeenteraadslid. Van het hele Joodse gezin blijft alleen de dochter Ro gespaard. Zij zit als apothekersassistente in Amsterdam ondergedoken. Na de oorlog keert zij naar Sliedrecht terug en zet de zaak dan nog een twintigtal jaren voort, maar vertrekt daarna naar Israël.
Bron: De Waard in oorlogstijd (2), de Alblasserwaard tussen '40 en '45, door A. Korpel

Voor wat daarna volgde, zie 'Over de razzia'.

Onderstaande ingezonden brief van mevrouw Leny Leeuwis-Smit heeft woensdag 10 mei 2006 in Het Kompas van Hardinxveld gestaan.

Vorige week 4 mei hebben we weer onze Nationale dodenherdenking gehad. Fijn dat er ruim zestig jaar na dato mensen worden herdacht die hebben gestreden voor onze vrijheid en ter nagedachtenis aan al diegene die de oorlog niet hebben overleefd.

Dit verhaal schrijf ik op verzoek van mijn vader, Piet Smit, die ook al die jaren weer wordt herinnerd aan de laffe moord op zijn vader en toen nog maar 15 jaar was. Elke keer weer, als het verhaal van die moord ter sprake komt, hetzij door anderen hetzij in boeken over de oorlog, word er namelijk iets verteld wat niet waar is. Dit wil mijn vader graag rechtzetten, vandaar het volgende verhaal :

Op de avond van 14 april 1944 staan net over de spoorwegovergang van Giessendam een tweetal mannen, landwachters, beter bekend als NSB-ers. Een vader en een zoon, een knul van 16 jaar.
Op een hek bij de spoorwegovergang zitten een paar opgeschoten jongelui wat te kletsen. De landwachter, de jonge knul, vindt dat ze maar weg moeten gaan want zo zegt hij, “als er vanavond soms nog geschoten wordt!” Diezelfde avond zo tegen tien uur komen een paar mannen, waaronder Wouter Smit, terug van een ledenvergadering van het Groene Kruis bij diezelfde spoorwegovergang aan. Een beetje haastig, want het is bijna spertijd, de tijd dat je niet meer op straat mocht komen. Ze lopen langs de landwachters, die om hun persoonsbewijzen vragen. Wouter Smit hoort het niet en loopt door, waarop hij vanaf ongeveer één meter afstand een schot hagel in zijn rug krijgt. Hij sterft nog voor er een dokter aanwezig is, op de leeftijd van 57 jaar. Wat een laffe moord, want als die landwacht een stap naar voren had gezet had hij Wout Smit zelfs nog op zijn schouder kunnen tikken en het nog een keer kunnen vragen.

Wij zelf trekken onze conclusie uit bovenstaand verhaaltje, die knul vond zichzelf waarschijnlijk heel belangrijk en had al eerder besloten dat hij die avond zou gaan schieten.

Dit alles is niet zonder gevolgen gebleven voor Giessendam en e.o. Iedereen was diep geschokt over deze moord en het verzet nam wraak door een hinderlaag uit te lokken in de Biesbosch. Twee landwachters komen om, waaronder de vader van de dader van de moord op Wout Smit.

In het boek ‘De waard in oorlogstijd’ staat, en ik citeer: “de laffe moord op bakker Wout Smit riep wraakgevoelens op, maar nu vreest men represaillemaatregelen. De vrees blijkt gegrond. Op 16 mei slaan de Duitsers hard toe.” De Duitsers houden een grote razzia en pakken ongeveer negenhonderd mannen op. Vreselijke gebeurtenissen, die we niet mogen vergeten en daarom is voor zovelen 4 mei noodzakelijk, zelfs na ruim zestig jaar.

Nu dan wat mijn vader zo dwars zit. In de meeste gevallen wordt verteld en in de boeken wordt vermeld dat Wout Smit doof was. Dat was hij NIET, de arme man heeft het niet gehoord, waarschijnlijk omdat hij in gedachten liep. Het was ook het laatste wat de man nog heeft kunnen zeggen, “ik heb het niet gehoord.”

Het verhaal dat Wout Smit doof was is dus niet waar en dat wil mijn vader graag kwijt. Vooral ook omdat als hij doof zou zijn geweest, het enigszins verzachtende omstandigheden naar de dader toe zouden zijn en dat is in dit geval geheel onterecht.

Hopend op dat het vanaf nu, niet de wereld, maar alvast een stukje de Alblasserwaard uit is, wil ik graag iedereen die met veel verdriet aan de oorlog terugdenkt veel sterkte toewensen.

Namens mijn vader Piet Smit,
Leny Leeuwis-Smit
Burgemeester van de Brugelaan 12
Giessenburg

P.S. Ook wil mijn vader graag in contact komen met mensen die weten wie er bij de schietpartij aanwezig waren.