Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (J. Hoftijzer) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J. Hollander)

Naam: Jan Willem Hoftijzer
Roepnaam: Jan Willem
Geboren:Zaterdag 10 November 1923 te Giessendam
Adres:C 260
Woonplaats:Giessendam
Beroep:Slager
 
Transportkaart Jan Willem Hoftijzer vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Ziektegeschiedenis-kaart Jan Willem Hoftijzer zoals deze werd bijgehouden in Kamp Amersfoort Kaart van Jan Willem Hoftijzer uit de administratie (?) van Kamp Amersfoort
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: Onbekend .
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1271
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Jan Willem Hoftijzer is vrijgelaten: Zaterdag 12 Augustus 1944
 
Jan Willem Hoftijzer is teruggekeerd: Zaterdag 12 Augustus 1944
 
Overleden: Maandag 12 April 1993
Begraven: te Hardinxveld-Giessendam
 
Persoonlijk verhaal:
 

De heer Wim Hoftijzer was een neef van de heer Jan Hoftijzer. Beiden zijn in Kamp Amersfoort vrijgelaten.

Wim Hoftijzer was al wel geselecteerd voor transport naar Duitsland, maar is niet vertrokken zoals het document op deze pagina laat zien, waarschijnlijk omdat hij op het moment van vertrek in de ziekenbarak verbleef (zie ander document op deze pagina). Op de pagina van Merwedegijzelaar Piet Parel lezen we het volgende verhaal, wat mogelijk ook op de heren Wim Hoftijzer, Izaak Korswagen en Aart Korevaar van toepassing is.

"Eind juni kregen we allemaal een brief (stencil) waarin stond dat we in Duitsland tewerkgesteld zouden worden in zogenaamde Arbeits-ErziehungsLager. Deze brief moesten we naar ons huis sturen en daarin stond dat iemand van de naaste familie werkkleding moest brengen en een stevige koffer en dit alles naar het station in Amersfoort. Mijn moeder en mijn oudste broer brachten een houten koffer met twee overalls en ondergoed. Ze deden ook nog verschillende versnaperingen in de koffer. De koffers werden bij het station Amersfoort in Duitse vrachtauto’s (legerwagen) geladen e naar het kamp (aan Laan 1914) gebracht. Ieder kreeg daar zijn koffer en ’s nachts ging de trein richting Duitsland. De versnaperingen bleken in de korte rit van station naar Laan 1914 uit de meeste koffers gestolen. Toen wij de brieven kregen, die wij naar huis moesten sturen, kwam er een zekere dokter Boerma (waarschijnlijk uit Arnhem of omgeving) in onze barak en die vertelde ons, dat jongens die meenden ten gevolge van een of andere ziekte niet geschikt te zijn voor zwaar lichamelijk werk, een klein kansje hadden niet op transport naar Duitsland gesteld te worden. Hij kon rekenen op de medewerking van mevrouw Van Overeem (uit Heemstede?), voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis. Met mij hebben nog ongeveer 30 jongens die kans aangegrepen. Deze 30 waren allemaal jongens afkomstig uit de drie groepen Beverwijk, Bedum en Sliedrecht e.o. Ieder gaf aan dokter Boerma op, wat de reden van zijn verzoek was. Ik gaf op: ernstige reuma; ik had in de winter van 1942/1943 namelijk een zware reuma gehad. Op de zondagmiddag na de aankomst van de koffers ging dokter Boerma met dit groepje naar het voorplein buiten de kamppoort. Daar stonden de kampcommandant Berg, de “keuringsarts” dokter Klomp en nog een paar SS-officieren met een fraaie blonde rijnmeermin achter een typemachine. Wij moesten de meest lamentabele indruk vestigen en aan de (lichtelijk dronken) dokter Klomp vertellen wat onze kwaal was. Deze gaf dan een teken aan de (als altijd) stomdronken Berg en deze zei dan tegen de hoogblonde, diep gedecolletteerde “Jawohl” en dit betekende: niet op transport. Daarna heeft dit groepje van circa 30 jongens nog bijna twee maanden in het kamp doorgebracht. We werden dan eens hier, dan eens daar aan wat werk gezet (klompen en schoenen sorteren, oude uniformen sorteren, stro vlechten voor matten etc.). Na circa 7 weken heeft (waarschijnlijk ook weer via dokter Boerma) mevrouw Van Overeem weer eens geïnformeerd hoe het met deze groep achtergehouden jongens ging. Dit was op een woensdagmiddag 9 augustus. De volgende avond, bij het appèl, werden we opgeroepen en vrijdagmorgen werden we vrijgelaten. Die soepeler houding van de Duitsers zal wel te maken hebben gehad met de geslaagde invasie in Normandië".


Vorige persoon (J. Hoftijzer) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J. Hollander)