Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (J.W. Noordennen) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.A. Ooms)

Naam: Mijndert Notenboom
Roepnaam: Marien
Geboren:Maandag 21 Maart 1921 te Numansdorp
Adres:Voorstraat 8
Woonplaats:Klaaswaal
Beroep:Landarbeider
 
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: aan het werk op het land in de Biesbosch.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1222
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Mijndert Notenboom is vrijgelaten: Juni 1944
 
Overleden: Dinsdag 17 Augustus 1999
 
Persoonlijk verhaal:
 

Als er vanwege de inundatie en verplichte evacuatie geen werk meer in de Ambachtsheerlijkheid (ABH) Cromstrijen zou zijn, zouden de paarden en machines van de ABH worden gevorderd en zou voor het personeel tewerkstelling in Duitsland volgen. Om dit te voorkomen nam rentmeester Arie Vlielander werk aan in de Biesbosch bij de Steenen Muur, in de Keizersguldenwaard en in Vlijmen (NB) om in totaal 93 hectare met verschillende voedingsgewassen te betelen. Volgens zijn rapport vertrokken dertig tot veertig arbeiders naar de Biesbosch. Van de mensen in de Biesbosch zijn er bij de Merwerazzia door de bezetter zeven opgepakt: Jan van Geemert, Johan de Graaf, Andries Hagoort, Aart de Klerk, Jan Korbijn, Janus van Kralingen en Marien Notenboom.

In Kamp Amersfoort moesten de gevangenen strovlechten. Op een dag zag iemand de auto van hun werkgever, rentmeester Arie Vlielander, op het terrein staan. Omdat Vlielander altijd veel voor zijn personeel deed, gaf dat de mannen hoop. Er werden vaker gijzelaars in vrijheid gesteld omdat hun werkgever zich daarvoor had ingespannen bij de Duitsers. Bij het volgende appel stonden ze gespannen te wachten tot hun namen zouden worden afgeroepen en ze konden gaan. Dat gebeurde echter niet. Later is hun verteld dat Vlielander bij zijn vertrek de toestemming voor de vrijlating van zijn mensen op zak had, maar dat de kampleiding vlak daarna van hogerhand het bevel kreeg dat er niemand meer vrijgelaten mocht worden. Door tussenkomst van een door derden ingeschakelde NSB'er waren de collega's Johan de Graaf en Marien Notenboom net op tijd aan deportatie naar Duitsland ontkomen. 

De overige vijf gingen wel op transport naar Duitsland, waar Janus van Kralingen op 2 december 1944 aan de gevolgen van difterie is overleden. Zijn kameraden van de Ambachtsheerlijkheid hebben hem begraven op een stuk weiland, waar nog meer Nederlandse slachtoffers van het kamp lagen.

Tot de groep Merwedegijzelaars behoorden nog vier Hoeksche Waarders: Teunis Koesveld en Arie Buitendijk uit Zuid-Beijerland, Koos van Eekelen uit Numansdorp en Wim de Kievit uit 's-Gravendeel. Alle gevangen Hoeksche Waarders waren landarbeiders, behalve Wim de Kievit. Hij was als smid werkzaam in de smederij van zijn oom aan de Bandijk in de Biesbosch toen hij werd opgepakt. Omdat hij nog maar 17 jaar was, dacht hij niets te vrezen te hebben en had hij zich niet schuilgehouden. Dat was een ernstige misrekening. De drie anderen hadden tijdens de inundatie zelf werk gevonden rond de Merwede, waar zij tijdens de klopjacht op 16 mei 1944 werden opgepakt. Volgens het Rode Kruis is Teunis Koesveld op 8 oktober 1944 overleden aan dysenterie. Hij stierf in het Stadkrankenhaus in Borna, waarin hij zes dagen eerder was opgenomen. Hij werd begraven in Borna en na de oorlog herbegraven op het Ereveld in Loenen, dat in 1949 is geopend.

Bron: Oorlog in de Hoeksche Waard 1940 - 1945, het hoofdstuk 'Dagelijks leven onder de bezetting' door Willy Spaan, pag. 69 t/m 72 (uitgave oktober 2015).

Aanvullende informatie op 7 maart 2016 verkregen van Willy Spaan:
Familieleden van de Numansdorpers Johan de Graaf en Marien Notenboom wisten tijdig, nadat de razzia had plaatsgehad en de jongemannen nog in Amersfoort zaten, een invloedrijke NSB’er in Puttershoek te benaderen om hem te bewegen hun zonen (en de collega's van de Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen?) vrij te krijgen. De NSB’er liet zich voor elke gijzelaar voor wie hij moeite moest doen goed betalen. Toen men bij de moeder van een gijzelaar in Numansdorp kwam die daaraan niet kon voldoen, heeft men de andere ouders van de gegijzelde medewerkers van de ABH Cromstrijen niet meer benaderd. Zo luidde het treurige verhaal achteraf.


Vorige persoon (J.W. Noordennen) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.A. Ooms)