Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (P. Versteeg) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (A.G. Verweerd)

Naam: Pieter Verwaal
Roepnaam: Piet
Geboren:Woensdag 21 April 1926 te Nieuwerkerk a/d IJssel
Adres:Blokpost B 41
Woonplaats:Dubbeldam
Beroep:Anstreicher
 
Rouwkaart Piet Verwaal Transportkaart Pieter Verwaal vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Häftlingsgeldverwaltung Pieter Verwaal Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen)
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: tientallen meters van het ouderlijk huis te Dubbeldam.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1102
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Pieter Verwaal is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Mascherode bij Braunschweig, Lager
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Braunschweig, Büssing
Plaats, plek: Braunschweig, Büssing Brandweer
 
Pieter Verwaal is teruggekeerd: Maandag 4 Juni 1945
 
Overleden: Zondag 16 Juli 2006 te Etten-Leur
 
Persoonlijk verhaal:
 

De weduwe van de heer Verwaal en zijn zoon Henk hebben deze website in oktober 2009 ontdekt, waarna ze besloten het verhaal van hun echtgenoot en vader op te schrijven:

'Piet Verwaal is opgepakt bij zijn ouderlijk huis “Blokpost B41” liggend aan de kruising van de spoorbrug over het Wantij en de Wantijdijk te Dubbeldam. Hij woonde daar met zijn vader en moeder twee zussen en een broer. Zijn vader was spoorbrugwachter bij de spoorwegen. In die tijd had hij verkering met Ploni den Haan, zijn latere vrouw.

Piet Verwaal werkte in de steenfabriek gelegen in de “Grote Rug” aan de ander kant van de spoorbrug. Half mei 1944 ging al een paar dagen het gerucht dat er ergens in de Biesbosch NSB’ers waren doodgeschoten. Zijn vader zag vanuit de spoorbrug in de verte een Duits konvooi aan komen, ongerust als hij was ging hij snel naar de steenfabriek om zijn zoon en de arbeiders te waarschuwen. Op die bewuste dag van de 16e mei 1944 is Piet er op uitgegaan om voor een aantal arbeiders hun identiteitspapieren thuis op te halen. Op de terugweg reed hij over de spoordijk langs zijn ouderlijk huis waar hij rond 11:00 uur is opgepakt met de identiteitspapieren op zak. Op zijn klompen en zonder jas is hij direct afgevoerd. Zijn moeder riep hem nog na “Piet moet je je jas niet meenemen”. “Nee “riep hij terug, “ik ben zo weer thuis”. Helaas liep het anders.

Amersfoort
Op 18 jarige leeftijd werd hij vanaf zijn ouderlijk huis met een aantal mannen op een vrachtwagen naar een café op de Kop van 't Land gebracht. In de loop van de dag zijn ze op transport gezet naar PDA Amersfoort. In Kamp Amersfoort heeft hij de verschrikkingen van de Duitsers meegemaakt. Eén van de verschrikkingen die voor zijn ogen heeft plaatsgevonden, was het doodslaan van baby’s door Kotälla “de Beul van Amersfoort”. Dit heeft hij voor de rest van zijn leven met zich meegenomen. De discussie in 1972 over de vrijlating van de drie van Breda, waaronder de Beul van Amersfoort, heeft hij met veel woede en afgrijzen aan moeten horen. Hij kon niet begrijpen dat mensen die dergelijke misdaden op hun geweten hadden, en daarvoor ter dood waren veroordeeld vrij gelaten moesten worden. De discussie heeft uiteindelijk niet geleid tot vrijlating van de Beul.

Al snel gingen de geruchten dat er regelmatig mensen werden vrijgelaten uit kamp Amersfoort. Zijn vriendin Ploni stond regelmatig op het station in Dordrecht te wachten om te kijken of hij was vrijgelaten, tevergeefs. Half juli kreeg de familie het bericht van Piet dat hij op transport was gezet naar Duitsland. Over de periode in kamp Amersfoort heeft hij nooit veel gesproken.

Lager Mascherode
Op 7 juli 1944 is hij op transport gezet naar Duitsland, op het station Braunschweig is hij er uitgehaald en lopend afgevoerd naar het Lager Mascherode. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. In dit kamp waren voornamelijk gevangenen uit Polen en Rusland. Uit zijn herinneringen weten we dat hij daar gezeten heeft met Jan Vergeer uit Papendrecht. Lopend gingen ze van het Kamp naar de Büssingfabrieken aan de Bocklerstrasse. Hij werkte daar met voornamelijk Polen en een paar oude Duitsers. In de werkplaats maakte ze onderdelen voor de Duitse oorlogsindustrie, met name motoren. Als het enigszins kon, probeerden ze de onderdelen te beschadigen of ondeugdelijk in elkaar te zetten in de hoop dat de motoren het in de strijd zouden begeven. Door het slechte eten vermagerde Piet snel en ging zijn gezondheid achteruit. Op een ochtend kwam hij aan zijn werktafel en vond daar, half verstopt, twee boterhammen. Regelmatig vond hij twee boterhammen onder de tafel. Hij heeft het vermoeden dat een van de oude Duitse arbeiders de boterhammen daar voor hem weglegde, dit met gevaar voor eigen leven. Regelmatig werden er bombardementen uitgevoerd op de Büssingfabrieken en de omliggende kampen. Tijdens een van de bombardementen (vermoedelijk rondom Kerstmis) was er paniek onder de Duitse kampbewakers en was er nauwelijks sprake van orde, op dat moment is Piet zonder om te kijken het kamp uitgelopen. Een paar honderd meter verder liep hij tegen een Duitse post aan en werd daar staande gehouden vervolgens werd hij meegenomen naar een gebouw. De commandant vroeg of hij zich kwam aanmelden, hij zei maar ja, vervolgens werd hem gevraagd of hij een Hollander was en of hij kon zwemmen, beide beantwoorde hij met ja. “Mitkommen” om vervolgens een uniform te gaan passen. Het zweet brak hem uit, hij was bang dat hij moest gaan vechten voor het Duitse leger. Hij werd geplaatst bij de brandweer. Vanaf dat moment is hij niet meer terug gekeerd naar het kamp. Het heeft hem altijd verbaasd dat ze hem uit het kamp weg hebben laten gaan, hij was ten slotte weggelopen.

Brandweer Büssing
Samen met een aantal medegevangenen verbleef Piet in een ruimte boven op een bunker van de brandweer, gelegen voor de Büssingfabrieken. Een van de opdrachten was, om tijdens de luchtaanvallen vrouwen en kinderen te begeleiden naar de bunker. Zelf moest hij boven wachten tot het weer veilig was. Soms lieten ze de vrouwen en kinderen langer in de bunker wachten en gingen ze op zoek naar eten in de nabij gelegen woningen. Hij heeft altijd verteld dat hij op zijn verjaardag, op 21-04-1945, werd bevrijd door de Amerikanen. Of de datum klopt is niet met zekerheid vast te stellen.

De terugreis
Met een groep gevangenen is hij op een gestolen vrachtwagen achter een Amerikaans konvooi aangereden. Van de Amerikanen kregen ze te eten en ‘s nachts sliepen ze voornamelijk in schoollokalen. Doordat de bruggen over de Rijn kapot waren gebombardeerd of bezet door oorlogskonvooien konden ze deze niet oversteken en zakten ze steeds verder af naar het zuiden. Een van de tussenstops was Festung Ehrenbreitstein bij Koblenz. Daar zijn ze een aantal dagen gebleven om op sterkte te komen en te worden ontluisd. Uiteindelijk zijn ze in midden Duistland de Rijn overgegaan en zijn vandaar uit naar het westen Frankrijk ingereden. Eenmaal in Frankrijk aangekomen mochten ze niet meer mee met het Amerikaans konvooi. Met een groep Belgen en Nederlanders is Piet op eigen gelegenheid verder gegaan. Vanuit Frankrijk zijn ze in Luik terecht gekomen. Daar hoorde ze op 4 mei dat Nederland was bevrijd. Met een versierde trein is hij op 6 mei 1945 van Luik naar Roosendaal gereden. Eind mei 1945 kon Piet in Roosendaal zijn geliefde Ploni weer in zijn armen sluiten. Op 4 juni 1945 was hij naar ruim een jaar weer thuis'.


Vorige persoon (P. Versteeg) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (A.G. Verweerd)