Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (M. Bakker) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (P.J. Batenburg)

Naam: Arie Jan Batenburg
Roepnaam: Arie
Geboren:Woensdag 17 November 1926 te Sliedrecht
Adres:
Woonplaats:Sliedrecht
 
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: in Sliedrecht op weg naar zijn werk .
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Arie Jan Batenburg is vrijgelaten: Vrijdag 16 Juni 1944
 
Overleden: Vrijdag 28 September 2012
 
Persoonlijk verhaal:
 

Op 12 mei 2006 mailt zoon Bert Batenburg: 'Op weg naar zijn werk werd mijn vader op 17,5 jarige leeftijd opgepakt en vastgehouden bij de grote kerk in Sliedrecht. Op vrijdag 16 juni 1944 is hij vrijgelaten vanuit Amersfoort. Waarschijnlijk vanwege het feit, dat hij bij Aviolanda werkte'.

In januari 1945 werd de heer Batenburg helaas opnieuw opgepakt. Hierover heeft zoon Bert - na een gesprek met zijn vader hierover - in april 2011 het volgende op papier gezet:

In januari 1945 hoorde mijn vader (net 18 jaar) bij de groep mannen van 17 tot 40 jaar die zich verplicht moesten melden voor de Arbeitseinsatz. Als je geen vrijstelling had, moest je onderduiken. Als je weerstand bood werd je gestraft.

Op 9 januari 1945 heeft hij zich met drie vrienden (Piet en Teun van Houwelingen en Riens Bons) gemeld bij het gemeentehuis. Zij hadden de afspraak met elkaar gemaakt alleen te vluchten als zij met elkaar weg konden komen. In een grote groep werden zij begeleid naar Zwijndrecht, een 12 km lange wandeling. Daar aangekomen werden ze in goederenwagons geladen (60 personen per wagon) Na drie dagen kwamen ze in Dachau aan. Plassen deden ze in een jampot, die op één of andere manier buiten de wagon geloosd werd. Voor ontlasting was er alleen een emmer. Tijdens dit vervoer zijn ze niet buiten de wagon geweest.

In Dachau werd de groep verspreid. Piet van Houwelingen werd naar Hamburg gestuurd. Mijn vader kwam met Riens Bons op een fabriek terecht in Neu Aubing. Teun van Houwelingen werd een aantal km. verderop tewerkgesteld, hij had het iets beter dan mijn vader.

In de fabriek verrichtte hij reparatiewerkzaamheden aan onderdelen die gebruikt werden voor locomotieven, als maathelper van een Duitse arbeider, een oudere aardige man. Hij kreeg er geen geld voor, alleen eten (wat echter niet voldoende was) De Nederlanders werden aangesteld als extra werknemers, omdat daar in Duitsland een tekort aan was in verband met de oorlog. Ze sliepen in drie hallen (3-hoog stapelbedden) op het fabrieksterrein. De hal werd verwarmd door een potkachel. Polen en Italianen werkten ook op het terrein. Het eten werd gekookt door Russische vrouwen in een kamp 1km. verderop. Ze kregen 1x per dag warm eten en brood ook één keer, waar ze de hele week mee moesten doen. Kennelijk stelde de warme maaltijd niet echt veel voor, want als mijn vader de wekelijkse broodhoeveelheid kreeg, at hij dit in één keer op. Zijn vriend Riens verdeelde het wel in gedeeltes, nadeel was dan wel dat het oud werd,of gestolen kon worden. Iedereen leed uiteindelijk honger. Er werd elke dag gewerkt op normale tijden, 8 à 9 uur per dag. Bij de poort stond een portier, ze mochten meestal de poort niet uit.

Er waren toiletten en soms konden ze douchen. Kleding moesten ze zelf maar zien hoe ze het schoon hielden. Om de paar dagen probeerden ze het dan te wassen, zo goed en zo kwaad als dat mogelijk was. Deze gebrekkige hygiëne had tot gevolg dat elke arbeider luis had. Als de werkdag ten einde was werd er door mijn vader en zijn vriend Riens een spelletje van gemaakt om luizen te vangen. Ze werden niet slecht behandeld, er was geen echte bewaking. Van ontsnappingen, sabotage en verzet heeft hij ook weinig gemerkt.

Als ze van het kamp af mochten, maakten ze van de gelegenheid gebruik om te gaan stelen (voedsel). Boeren in de omgeving klaagden hierover. Er werd een onderzoek aangekondigd in de slaapplaatsen. Mijn vader had aardappelen gestolen. Hij heeft die toen aan zijn vriend Teun (deze zat niet ver bij hem vandaan) gegeven om ze voorlopig te bewaren. Toen de controle geweest was, een paar dagen later, wilde hij de aardappelen ophalen, maar toen bleek dat Teun ze zelf had opgegeten!! Deze gestolen aardappelen sneden ze in plakjes en waarna deze plakjes tegen de potkachel werden gehouden om ze een beetje te bakken of gaar te maken.

Soms was er luchtalarm, overdag moesten ze dan in het bos schuilen. Als dit 's nachts was moesten ze een schuilkelder in. Heel vaak was het loos alarm en gebeurde er niets. Mijn vader en Riens besloten op een keer dan maar niet naar de schuilkelder te gaan. Maar toen was het wel echt. Ze werden niet meer in de schuilkelder toegelaten. Uit angst zijn ze toen maar ergens onder gekropen. Lucht was verlicht alsof het dag was vanwege de lichtkogels.

Vlak voor de bevrijding was er een bombardement. Het elektriciteitshuis werd geraakt en kompleet verwoest. Dit kon niet meer worden hersteld, vanaf dat moment werd er niet meer gewerkt.

Hij heeft daar ook de gevangenen uit het concentratiekamp Dachau gezien. Sterk vermagerde mensen in gestreepte pakken.

Na de bevrijding werd er gekookt door de Polen, bij boeren werden varkens gevorderd en geslacht. Ook werd een bonnenkantoor overvallen. Met deze bonnen kon ook eten worden bemachtigd. Toen mijn vader op transport naar Nederland ging, heeft hij het overschot van de bonnen aan de Duitse medearbeider gegeven, waarmee hij die maanden maathelper geweest was.

Mijn vader was één van de eersten die op transport gingen, zijn vriend Riens kwam later. Dit werd door de Amerikanen geregeld. Ze werden eerst ontluisd met DDT. Dit werd tussen de kleding gespoten. Via vrachtwagens gingen ze naar Nederland, ze overnachtten in Mannheim. In Keulen aangekomen hebben ze uit wraak tegen de Keulse dom gepist.

Bij Zevenaar zijn ze de grens gepasseerd. Een aantal SS-ers die stiekem mee wilden komen werd daar aangegeven aan de Canadezen. Per vrachtwagen is hij in Rotterdam aangekomen. Vandaar is hij liftend naar Sliedrecht gegaan. De precieze datum van thuiskomst weet hij niet meer, maar het zal eind mei geweest zijn. Na de oorlog is hij weer bij Aviolanda in Papendrecht aan het werk gegaan.

De heer Riens Bons is zes jaar geleden overleden, de broers Piet en Teun van Houwelingen leven nog en hebben nog wel eens contact met mijn vader.

De oorlog heeft het leven van mijn vader sterk beïnvloed. Zeker de periode in concentratiekamp Amersfoort doet hem nog steeds veel pijn. Bij het ouder worden komen de ervaringen 's nachts terug en dan heeft hij opnieuw verdriet. Nog steeds praat hij tot ons verdriet over moffen in plaats van Duitsers, al ziet hij dat de Duitsers van nu toch heel anders zijn en heeft hij ook over het vallen van de muur veel blijdschap gehad. Gelukkig uit hij het alleen als Duitsland een voetbalwedstrijd moet spelen, want dan hoopt hij altijd op verlies.


Vorige persoon (M. Bakker) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (P.J. Batenburg)