Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (W. Boer) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G. Bohré)

Naam: Pieter Jacob Boeren
Geboren:Vrijdag 8 December 1922 te Hardinxveld
Adres:Rivierdijk A 203
Woonplaats:Hardinxveld
 
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: op weg naar zijn werk op de brug van het Stenenhoekskanaal.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Pieter Jacob Boeren is vrijgelaten: Dinsdag 30 Mei 1944
 
Overleden:
 
Persoonlijk verhaal:
 

De heer Boeren heeft na zijn vrijlating opgeschreven wat hij, de twee weken dat hij er vastzat, in Kamp Amersfoort heeft meegemaakt. Over 16 mei 1944 schrijft hij:

Dit is een dag geworden die mij nog lang zal heugen. 's Morgens ben ik zoals andere dagen naar mijn werk gegaan, maar ik ben daar niet aangekomen. Het was 's morgens wel druk op de rivier met militaire motorboten, maar wij (Kees en ik) dachten nog nergens over. Op de "Buurt" stonden wel groepjes Duitsers, maar hielden ons niet aan, maar kwamen toen bij de brug van het Stenenhoekskanaal, daar was het: "Halt, persoonsbewijzen". Wij hebben deze laten zien, kregen ze ook terug, maar moesten op de Kanaaldijk gaan staan, waar al verschillende jongens stonden. We hebben daar tot circa 9.00 uur gestaan met 6 man. Toen moesten we naar school II, waar we nog meer jongens aantroffen, daarna zijn we met een overvalwagen naar de "School met den Bijbel" te Beneden Hardinxveld gebracht waar al een hele macht van jongens stonden. Daar werden onze persoonsbewijzen gecontroleerd en we werden ook nagezocht op papieren of wapens. Toen dit geschied was, mochten we bij die jongens gaan staan die al gecontroleerd waren. Daar ontmoetten we toen Jan Biesheuvel, Jacob en Leen van der Linden enz. In die tijd brachten ze nog meer jongens binnen met hezelfde lot als wij. We hebben eerst een poosje door elkaar gelopen enzo, maar dat ging de "heren" zeker vervelen. We moesten toen aan rijen gaan staan met ons gezicht naar een muur van het schoolgebouw gekeerd. We werden daarna geteld; we waren toen met 478 man. En zo heeft dit de gehele dag geduurd. Handen uit de zakken, niet hangen tegen de muur of dergelijke of je kreeg een por. Ook moest er nog een jongen "pompen" als voorbeeld zeiden ze omdat we zeker niet stil genoeg waren. Onze ruggen waren op het laatst bijna gebroken van het staan. Tegen vier uur kwamen er auto's. Daar moesten we natuurlijk in dachten we en het was zulk werk. De helft van onze ploeg werd ingeladen; bij deze groep behoorde ik ook en Jan. De rest bleef achter. We waren blij dat we een beetje zitten konden al was het in een "roofauto". We zijn om circa 16.00 uur weggereden, waar naartoe wisten we niet. Op de rijksweg hebben we nog even gestopt voor het aansluiten van andere wagens. Daar werd ons medegedeeld: als we probeerden te ontvluchten schoten ze ons neer. Nu daar was geen kijk op ook, want  telkens reden er Duitsers op motorfietsen langs de wagens.

Daarna ging het in één ruk door. Op 't laatst hadden we het in de gaten: we gingen de kant van Amersfoort op en de bewaking die we hadden (vier Duitsers) wisten er niets van, zeiden ze. Op het laatst van de reis voelden we dat we geen rechte weg meer hadden, maar draaiden het kamp binnen (van achteraf gezien), want toen we uitstapten (18.00 uur) stonden we al achter het prikkeldraad, dus we zaten gevangen. Daar zagen wij voor het eerst dat er Sliedrechtse jongens bij waren. We hadden het wel gehoord, maar ze nog niet gezien. Toen werden we in een soort van prikkeldraad gebracht, de zogenaamde Rozentuin. Daar zag ik voor het eerst Wout Boer. In deze tuin hebben we weer circa twee uur doorgebracht. We moesten toen aan rijen van vijf gaan staan voor de telling. We waren toen met circa 500 man. Het was juist appèl voor de Heftlingen (gevangenen). Deze hadden allen een kaalgeknipt hoofd. Toen wij dat zagen, dachten we: nu zo lopen wij straks ook en in zo'n boevenpakje, maar daar werd ons toen verteld door een mijnheer (de Lageroudste) dat wij hier kwamen als gijzelaars en dat wij alles mochten houden, ook ons haar dus dat viel ons al een beetje mee. Eindelijk werden we uit de Rozentuin gehaald en naar een barak gebracht (barak 7) waar we een krib kregen. We hebben geloot waar we moesten liggen.Wout kwam beneden te liggen, Rinus in de midden en ik boven. Naast mij lag Rinus de Jong, daaronder Gerrit Vlot en Wout Versluis. Daarna kregen we een stuk kuch van + 6 sneetjes. Wij zijn toen gaan slapen. Het duurde wel lang voor we een beetje ingedommeld waren, maar dit duurde niet lang, want om 0.30 uur kwam de rest van de ploeg binnen, waaronder Kees de Mik. Jacob en Leen van der Linden. Voor al deze jongens was geen krib, de rest moest maar op de grond slapen. Toen dit een beetje verlopen was, zijn we in slaap gevallen.

De dag daarna, woensdag 17 mei, verloop als volgt:

We mochten tot 09.00 uur blijven liggen, maar om 7.00 uur waren we allen klaarwakker en heb ik mijn laatste brood van thuis opgegeten. Om 8.30 uur liepen we buiten ons te vervelen en alle zakken nagekeken of dat we nog een sigaret konden rollen. Van naar de WC gaan, is hier zeker niet erg op gerekend . We zijn hier met een grote 600 man en voor één WC. In de WC is een aftapkraantje waarvan we water kunnen tappen en drinken in het bijzijn van een ander die weer op de WC zat. Ja zindelijkheid is hier maar alles. In die tussentijd hebben we onze lotgenoten ontmoet en met ze gesproken (de Beverwijkers). Die zitten hier bijna al vier weken, dat is een mooie troost voor ons. Om 14.00 uur kregen we middageten bestaande uit soep (spinazie) wat niet erg best smaakte. Later op de middag kregen we als extra van Het Rode Kruis een schaaltje pap wat werkelijk goed smaakte. Om 18.30 uur kregen we kuch met een sneetje worst. Om 21.00 uur is het appèl dan moet ieder op zijn bed liggen en worden we geteld of het aantal nog klopt. Als de lui komen om te controleren dan was het: "Op de bedden mannen, Hop Hop" en "Mannen de bovenste rechtop Hop Hop". Dit is nu gebeurd. We trekken onze broek weer aan, gaan elkaar opzoeken en elkaar gezelschap houden. De kamerwacht maakt grapjes en speelt een beetje voor artiest en zingen wat met elkaar. Ook het lied "Het is plicht dat iedere jongen". Intussen gaat de een na de ander naar bed en alles is langzaam weer tot rust gekomen, behalve het kraken van de kribben.  

Over zijn vrijlating schrijft de heer Boeren op 30 mei 1944:

Vanochtend hebben we stro gevlochten en vanmiddag soep gehad. Om 12.00 uur moesten we aantreden op het voorplein dus er gingen weer enkele jongens naar huis. Wie zou de gelukkige zijn dachten we bij onszelf toen we daar zo stonden. Ja wie had dat geweten dat ik ook tot die gelukkige behoorde. Daar klonken de eerste namen (ik stond naast Jacob van der Linden). Wout Boer hoorde ik opeens en daar ging die uit de groep (hij was de 5e die afgeroepen werd). Daarna nog drie jongens en toen .... Pieter Jacob Boeren. Hier!!! riep ik en daar ging ik, hoe hard ik gelopen heb weet ik niet maar ik was zo bij die vent die mij afriep. Er werden er 43 afgeroepen. Kees de Mik was ook present en nog een jongen van de E.M.F., dus de E.M.F. was voltallig. De rest die overbleef kon de barak weer in en wij gingen de poort uit, tenminste de eerste poort, en daar moesten we even blijven staan. Maar dat duurde ongeveer een half uur en toen hoorden we dat we de Rozentuin in moesten, dus weer het kamp in. Nu, onze hoop zakte in onze schoenen want naar huis gaan daar zou wel niet veel van komen. En warm dat het was, geen schaduw of wat en maar branden in die zon. Ik zelf heb daar een zonnesteek gekregen (achteraf gezien). Om 18.00 uur kwam er een ons halen en zei dat we weer de barak in moesten dus we gingen niet naar huis. In de barak aangekomen, hadden de jongens onze bedden al verwisseld en verzet. Er was op geen brood meer gerekend voor ons, maar we hebben het enige ogenblikken later toch gekregen met een stukje boter. Ik was er net van aan het eten, kwam er één binnen en die riep "die 43 man die afgeroepen zijn moeten weer aantreden binnen 3 minuten". Gauw m'n brood weggegeven en ik was zo weer buiten. Eindelijk stonden we om 19.30 uur buiten de poorten. En toen maar lopen wat we lopen konden nar de trein, maar thuis komen ging niet meer. Eenmaal in de trein op weg naar huis, och och wat waren we blij. In de trein kregen we brood, koekjes en sigaretten van de mensen. Om 22.45 uur kwamen we in Dordrecht aan. Wij naar de stationschef of dat wij hier niet blijven konden en dat ging door. We konden in de trein slapen zei hij. Dus we zijn naar de trein gegaan en daar een poosje met elkaar zitten praten.

Op 31 mei kwam de heer Boeren weer thuis aan. Hij schrijft daarover:

We hebben niet geslapen. Gelukkig hadden we wat te roken gekregen, dus de tijd schoot flink op. We hebben ons gewassen aan de kraan op het perron, daarna een kaartje gekocht en naar de trein die om 5 uur vertrok. Om half zes waren we in Giessendam en toen lopen naar huis, hier en daar eens halt voor nieuwsgierigen die ons ophielden. Om 6.45 uur: Hiep Hiep Hoera!!!! was ik thuis. Moeder lag nog te bed en had nergens geen erg in dus een onverwachte thuiskomst. Dit en al het andere zal ik wellicht niet gauw vergeten.

-----

Alle jongens en mannen die onschuldig vastgezeten hebben en nog zitten, zullen deze woorden niet gauw vergeten: "Hop Hop en Aantreden mannen".

 


Vorige persoon (W. Boer) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (G. Bohré)