Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (J. Leeden) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.C. Linden)

Naam: Alewijn de Leeuw
Roepnaam: Alewijn
Geboren:Vrijdag 21 Februari 1919 te Leerdam
Adres:C 27
Woonplaats:Sliedrecht
Beroep:Leraar
 
Anmeldung Lippendorf 39 Häftlingsgeldverwaltung Alewijn de Leeuw Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen)
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: op het perron van station Giessendam.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1134
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Alewijn de Leeuw is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, Gemeinschaftslager
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Persoonlijk verhaal:
 

Opgetekend door een journalist van het ‘Weekblad Voor De Betuwe’ en gepubliceerd in dit blad op woensdag 22 mei 1985.

Het is dinsdag 16 mei 1944. De 25-jarige onderwijzer De Leeuw reist met de trein vanuit Leerdam naar Giessendam. Hij werkt op een school aan het Middenveer te Sliedrecht. Vanuit Giessendam reist hij daar per fiets, die bij familie in de Oranjestraat staat, heen. Wanneer hij die dag uit de trein stapt, wordt hij op het perron samen met andere jonge mannen door de Duitsers opgepakt. De hele omgeving is afgezet en uit onder meer Werkendam, Nieuwendijk, Sliedrecht en Hardinxveld worden jonge mannen opgepakt. De mannen die in Giessendam zijn ingerekend worden op het schoolplein van de Christelijke school in Hardinxveld verzameld. De mannen uit Sliedrecht worden achter de Hervormde Kerk van deze plaats bij elkaar gezet. Aanleiding van deze razzia, waarbij volgens niet officiele bron 478 jongens en mannen tot gijzelaars zijn gemaakt, is een vergeldingsactie van de Duitsers. Uit protest tegen het doodschieten van Bakker Wout Smit uit Giessendam – die niet had gehoord dat hij door een landwachter (NSB-er) werd aangehouden – neemt het verzet in de Biesbosch wraak. Een aantal boten met landwachters die de Merwede wil oversteken, worden door het verzet beschoten. Enkele landwachters vinden de dood. Dit is aanleiding voor vergeldingsacties van de kant van de Duitsers waarvan de razzia op 16 mei er een is geweest.

Na een verblijf van enkele weken in het concentratiekamp in Amersfoort wordt De Leeuw met de andere gijzelaars uit Beverwijk en Bedum op transport naar Duitsland gezet. Het is vrijdag 7 juli. Niemand heeft afscheid van zijn familie kunnen nemen. Velen sjouwen een zware koffer met zich mee, die eerder door familieleden aan de poort van het kamp is afgegeven. ‘Daar liep ik dan, kaalgeschoren en de kleren inmiddels onder de luizen. Ik had nog nooit in mijn leven luizen gezien. En die koffer was reuze zwaar. We moesten dat ding maar met ons meesjouwen. Ik had nauwelijks meer de kracht om hem te tillen’.
In Brunswijk in Duitsland stopt de trein. Een deel van de gijzelaars moet uitstappen. De Leeuw reist met de anderen door naar Halle en van daaruit belandt hij in Schkopau. Na enige tijd, op 19 juli, worden de overgeblevenen uit dit concentratiekamp, waaronder De Leeuw, naar Leipzig en vervolgens naar Lippendorf getransporteerd. ‘Het kamp heette ‘De Kippe’ en het was tegen de voet van een heuvel gebouwd’, vertelt hij. ‘Vlakbij Lippendorf stond een fabriek waar onder meer synthetische benzine voor de oorlogsvoering werd gemaakt. Daar moesten we werken. Ik had geluk, omdat ik talen kende werd ik voorman’.

Op 26 oktober verhuist De Leeuw naar het naburig gelegen Peres. Hij verblijft in kamp ‘Alpenrose’ en werkt inmiddels als chemisch analist. ‘Wederom had ik in mijn nieuwe positie enkele voordelen. Ik hoefde niet meer onder geleide van militairen van het kamp naar de fabriek te worden gebracht. Verder moest ik vaak naar de verschillende laboratoria monsters brengen of ophalen. Zodoende kwam ik nog eens ergens’.

Op zondag 19 november bezoekt De Leeuw, op zijn eerste rustdag een kerkje in Neu-Kieritzsch. Hij krijgt het verzoek om het gezangboek van de predikant, die in Pödelwitz moet preken maar zijn boek is vergeten, na te bezorgen. ‘Ik mocht een fiets lenen. Dat was een gewaarwording, op de fiets zitten. En tjee, wat was dat zwaar werk. Dan merk je pas hoe je bent verzwakt’. Van het een komt het ander. De Leeuw mag voortaan in Pulgaren en in Neu-Kieritzsch de Göttes-Dienst op het orgel begeleiden. Voor een zak aardappelen speelt hij daar twee maal per maand. ‘Ik voelde dat ik iets moois deed, temidden van al die ellende. Dat orgelspelen bracht me een heleboel levensvreugde’.

Door een ongeval op het laboratorium raakt De Leeuw enige tijd arbeidsongeschikt. Dagelijks studeert hij op het orgel in de kerk van Pulgaren. Inmiddels is het april 1945, de geallieerden (Generaal Patton) komen dichterbij en het kamp wordt opgeheven. De Leeuw vlucht op 12 april met twee andere jongens. Uiteindelijk zet hij de vlucht alleen voort. Op een fiets, die hij uit een geplunderd warenhuis weet te bemachtigen, bereikt hij op 3 mei Eindhoven. ‘Ja, dat viel wat tegen. Want eigenlijk had ik op 1 mei in Coevorden willen zijn. Dat was de verjaardag van een meisje waar ik toen kennis aan had’. De Leeuw lacht in zichzelf. ‘Ik had een Duitse pet op en Duitse beenkappen om. Dat kwam me tijdens de lange fietstocht goed van pas. Ik kreeg zonder problemen eten onderweg. Ze zagen me aan voor een Duitser op weg naar huis. Achteraf vraag ik me nu heel vaak af hoe ik dit allemaal heb kunnen volhouden. Al die ellende in de kampen. En niet te vergeten die fietstocht van meer dan vierhonderd kilometer, die ik in een zeer zwakke conditie heb gemaakt’. De Leeuw is even stil, hij peinst. Dat orgel, dat is het geweest. Dat ik in Duitsland heb kunnen spelen, heeft me het geloof gegeven dat er eens aan al die ellende een eind moest komen’.


Vorige persoon (J. Leeden) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J.C. Linden)