Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (J. Heteren) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (N.C. Heukelum)

Naam: Jan Hettema
Roepnaam: Jan
Geboren:Dinsdag 22 Augustus 1922 te Hardinxveld
Adres:Nieuweweg 63
Woonplaats:Hardinxveld
Beroep:IJzervlechter
 
Park met het gedenkteken te Zöschen Jan Hettema (rechts) met zijn overbuurjongen Jan Hoogendoorn (omstreeks 1932) Nederlands monument naast het Ehrenmal te Zöschen Monument met namen te Zöschen. ook de namen van de hier omgekomen Merwedegijzelaars staan hierop Detail met namen op het monument te Zöschen, waaronder de namen van Leendert den Dunnen, Jan Hettema, Krijn de Ruiter en Klaas Görtemöller Het gedenkteken voor de oorlogsslachtoffers in het park te Zöschen Häftlingsgeldverwaltung Jan Hettema Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Transportkaart Jan Hettema vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen)
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: Onbekend .
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1123
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Jan Hettema is NIET vrijgelaten
 
Overleden: Zondag 29 Oktober 1944 te Zöschen, Landkreis Merseburg
Begraven: te Zöschen, Ehrenmal in het park
 
Persoonlijk verhaal:
 

Persoonlijk verhaal van de heer Jan Hoogendoorn (30-10-1924) over de gebeurtenissen van die tijd:

'Op 16 mei 1944 was ik 19 jaar en ik woonde aan de Nieuweweg 64 in Beneden-Hardinxveld (die woningen zijn inmiddels afgebroken). Schuin tegenover ons woonde Jan Hettema, die bij de razzia werd opgepakt en later dat jaar in Duitsland is overleden. Jan was een paar jaar ouder dan ik. Hij was enige zoon en tijdens de razzia werkte hij in het bedrijf van zijn vader (een onderaannemer van ijzervlechtwerk voor betonconstructies).

Op de bewuste ochtend van de 16e mei waren er volgens mijn vader vóór 6.00 uur al militairen, waaronder Nederlandse Waffen SS, onder het viaduct (nu Rijksweg A15) aanwezig. Er kwamen posten op straat met een onderlinge afstand van 50 tot 100 meter, zodat zij elkaar konden zien. Mijn vader had een melkzaak en was rond 6.00 uur opgestaan. Hij vertelde, dat alle jongemannen die op straat kwamen richting Parallelweg moesten lopen en naar spoedig bleek op het schoolplein in Giessendam, schuin tegenover de smederij van Dukel, werden vastgezet.

Ik werkte in het Gemeentehuis van Giessendam en wij begonnen normaal om 8.30 uur. Ik was tijdig opgestaan, maar bleef wel binnen. Mijn tante, Aaltje de Jong (of haar zoon Aart), was op de fiets gekomen en vertelde mijn vader dat alle jongens werden opgepakt en op het schoolplein werden vastgezet. We zouden tussen 7.30 en 8.00 uur in de woonkeuken, vlak bij de achterdeur, gaan eten. Mijn moeder was de dag ervoor jarig geweest en een tante uit Koudekerk a/d Rijn was blijven slapen; zij was al in de keuken. Toen ik van boven kwam en nog in de voorkamer was, kwam er een officier van de Waffen-SS het erf op gelopen. Hij vroeg aan mijn vader, die in de schuur was, of hij wat kon drinken. Mijn vader was erg zenuwachtig, maar wees toch naar de achterdeur. Hier ging de officier naar binnen en ging aan de keukentafel zitten, waar hij van mijn moeder een kopje Santé (een theesurrogaat) kreeg. De deur tussen voorkamer en woonkeuken was dicht toen ik daar heen wilde. Ik kwam de woonkeuken binnen en keek recht in het gezicht van die Duitser met de Doodskoppen op zijn uniform. Ik heb niets gezegd, maar heb mijn bord gepakt en ik ben weer naar de voorkamer teruggegaan, waarbij ik de tussendeur sloot. Mijn tante kwam even later ook naar de voorkamer en zij zei, dat ik hem niet zo kwaad moest aankijken, je weet nooit wat hij dan doet.

Vlak daarna komt er een Duitse overvalwagen van onder het viaduct aangereden. Deze stopt voor ons huis en van achter het raam zie ik er gewapende soldaten uitspringen. Eén rent het erf op. Ik roep naar achteren: "Er komt er nog een". In de keuken hoor ik gerommel en Duitse stemmen, maar ik ga uiteraard niet kijken. Dan zie ik die soldaat het erf weer verlaten. Mijn moeder vertelde me later wat er was gebeurd. De soldaat kwam de keuken in, maar sprong bij het zien van die Officier meteen in de houding. Deze zei "Alles in Ordnung" (of zoiets) waarop de soldaat vertrok. Kort daarna vertrok ook de Officier. Hij bedankte mijn moeder voor de thee en zei tot slot: "Das ist kein Krieg, Knaben fangen".

Daarna was er enige paniek in huis. Wij spraken af, dat ik mij niet meer zou laten zien en dat iedereen verder gewoon zijn werk zou gaan doen en mijn zusje naar school zou gaan. Natuurlijk moest iedereen zijn mond houden, omdat je nooit wist wat er nog kon gebeuren. Zo rond 17.00 uur reden veel Duitse auto's de rijksweg op, richting Gorkum. De mensen kwamen weer op straat. Er heerste angst en ontzetting, maar WAT MOESTEN WIJ? Zouden de Duitsers terugkomen als ze iets zouden horen van achtergebleven jongens? Tegen de avond ben ik via het fietspad langs de Rijksweg (zo onopvallend mogelijk) naar familie in Dordrecht gegaan. Daar ben ik een aantal dagen gebleven, totdat mijn ouders hoorden, dat er inmiddels weer gijzelaars thuis kwamen.

Dit verhaal, dat zo ongelooflijk en zo schrijnend voor de achtergebleven families was, hebben wij weinig verteld. Uiteraard staat het in mijn gedachten gegrift, maar hoe vertel je dat je door een Officier van de Waffen-SS gespaard bent gebleven voor de gevolgen van die dramatische razzia?'


Vorige persoon (J. Heteren) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (N.C. Heukelum)