Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (P. Ham) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (L. Harrewijn)

Naam: Pieter Harkema
Roepnaam: Piet
Geboren:Zondag 25 Januari 1920 te Appingedam
Adres:Rembrandtlaan 12
Woonplaats:Sliedrecht
Beroep:Machinist
 
Park met het gedenkteken te Zöschen Ehrenmal te Zöschen bij de herdenking op 31 mei 2004 Boek 'Vught' van P.R. Harkema Nederlands monument naast het Ehrenmal te Zöschen Monument met namen te Zöschen. ook de namen van de hier omgekomen Merwedegijzelaars staan hierop Detail met namen op het monument te Zöschen, waaronder de namen van Korstiaan de Rover, Frans van der Meijden en Pieter Harkema Het gedenkteken voor de oorlogsslachtoffers in het park te Zöschen Rouwkaart Pieter Harkema Pieter Harkema achter de woning aan het Van den Houte Willemsplein Terugmelding van de afd. Sliedrecht van het Rode Kruis inzake overlijden Pieter Harkema Brief van de familie Harkema aan het Rode Kruis Piet Harkema jr. omstreeks 1942 Häftlingsgeldverwaltung Pieter Harkema Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Transportkaart Pieter Harkema vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Duitse overlijdensakte Pieter Harkema (Bron, Reg. Archief Dordrecht)
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: thuis in Sliedrecht.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1169
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Pieter Harkema is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, Gemeinschaftslager
Plaats, kamp: Zöschen, Lager
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Schkopau, BUNA-Werke
 
Overleden: Dinsdag 13 Maart 1945 te Zöschen, Landkreis Merseburg
Begraven: Maart 1945 te Zöschen, Ehrenmal in het park
 
Persoonlijk verhaal:
 

Arie Vlot (1920) vertelt in een gesprek op 22 juli 2015 over zijn vriend Pieter Harkema en wat hij zelf meemaakte die 16e mei 1944, het volgende:

'Piet woonde indertijd met zijn vader, moeder en zijn jongere zuster aan het Van den Houte Willemsplein nr. 7, waaraan grenzend het kantoortje van de vakbond, waarvan zijn vader bestuurder was, was gevestigd. Zelf woonde ik bij mijn ouders in de Prins Hendrikstraat nr. 59, er vlak achter dus en zo ben ik bevriend met hem geraakt toen de familie Harkema daar (in 1937) kwam wonen.

In die tijd had hij net als ik, elektrisch lassen geleerd, maar dat beviel hem helemaal niet, hij vond het maar een rot vak. Zodoende is hij in het begin van de oorlog naar de machinistenschool in Dordrecht gegaan. Piet was een intelligente vent, waar een ander voor die opleiding twee jaar nodig had, deed hij het in één jaar. Maar daarna moest je stage lopen en daarbij een bepaald aantal vaaruren maken om je officiële papieren te krijgen. De enige mogelijkheid waar hij toen voor kon varen, was een Noorse rederij en of hij die stageplek via de machinistenschool gekregen heeft, weet ik niet. De naam van het schip heb ik wel geweten, maar die kan ik mij thans niet meer herinneren. Zijn vader vertelde me in die tijd wel dat hij o.a. in Kirkenes in het noorden van Noorwegen was geweest.

In ieder geval was hij in de periode dat de razzia werd gehouden met verlof thuis en woonde de familie ondertussen in de Rembrandtlaan, waar hij bij huis aan huis controle van z'n bed werd gelicht en overgebracht naar het plein bij de kerk. (Daar de vakbonden bij decreet van 30 april 1942 overgingen in het nieuw opgerichte Nederlandsch Arbeidsfront - NAF - of werden opgeheven, werd het woonhuis annex kantoortje door die beweging gevorderd en werd de NSB-er Adriaan Leeuwestein per 1 mei 1942 als plaatselijk leider hiervan benoemd. Derhalve moest vader Harkema wijken en verhuisde de familie uiteindelijk op 12 juni 1943 naar het adres Rembrandtlaan 12). Ik heb Piet tijdens zijn verlof evenwel niet meer gesproken. Na de oorlog hoorde ik van zijn vader hoe het met hem was afgelopen, wat een verdriet had die man. Hij vertelde mij dat een medegevangene afkomstig uit Haarlem de boodschap bij hun kwam brengen, een officieel bericht had de familie er tot dan toe niet over gehad. Kort daarna is de familie naar Groningen vertrokken en heb ik alle contact, mede omdat ik voer, met hen verloren.

Zelf werkte ik bij Aviolanda in Papendrecht en ging elke dag met de bus vanaf de kerk naar mijn werk. Maar wat gebeurt er in z'n dorp, mensen die al vroeg op straat kwamen hadden al gauw gezien dat het halve dorp vol reed met die Grüne Polizei, het grootste tuig dat er rondliep, kettinghonden noemden ze die. Dus iedereen die z'n hoofd buiten de deur stak, werd verteld dat er een razzia gehouden werd. Zo ben ik dus ook gewaarschuwd en begon rond te kijken waar ik me zou kunnen verstoppen. Eerst wilde ik met een roeiboot naar een griend bij de werf van Van Rees oversteken maar daar zag ik al Duitsers op de werf rond lopen. Toen dacht ik, weet je wat, ik steek het Middeldiep over naar die grote hoepschuren die je daar had staan, maar daar liepen ze ook al rond. Ik ben maar weer teruggelopen met mijn zakje brood naar onze straat om een schuilplekje te zoeken. Uiteindelijk ben ik naar opoe De Jager gegaan die woonde in de Prins Hendrikstraat 49. Bij haar waren al een paar jongens uit de buurt ondergedoken. Daar werd ik bij de anderen die daar onder de vloer zaten gestopt, dat waren Aart de Jager haar kleinzoon, die in het huis ernaast woonde en Lies Stuij en Wim Stuij, twee broers uit de Wilhelminastraat. Of mijn broer Wout daar nou ook bij zat weet ik niet zeker meer, maar we zaten daar met vier of vijf jongens. Toen de Duitsers in dat huis kwamen controleren, konden we ze boven ons duidelijk met de mensen horen spreken. Van heel die ploeg jongens bij ons uit het blok is er toen niemand gegrepen'.

Piet Harkema overlijdt op 25-jarige leeftijd te Dölkau en heeft zijn laatste rustplaats gevonden in het park in Zöschen.

Overigens wordt ook de vader van Pieter Harkema op 16 mei 1944 opgepakt. Pieter Harkema senior maakt deel uit van een groep vooraanstaande burgers, die in eerste instantie door de Duitsers wordt opgepakt na de aanslag van het verzet op de landwachters. Ook deze mannen worden verzameld bij de Grote Kerk in Sliedrecht. Aan het eind van de middag wordt het bevel tot vertrek van de oudere gijzelaars gegeven: zij worden naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in Rotterdam gebracht. Later die dag verhuizen ze naar het bureau van de rivierpolitie aan de Parkhaven. Op 13 juni 1944 gaat de groep mannen op transport naar Kamp Vught. Op 5 september 1944 wordt Kamp Vught ontruimd en wordt de groep overgebracht naar Kamp Amersfoort. Hier worden de mannen op dinsdag 19 september - twee weken na Dolle Dinsdag - vrijgelaten.

Over de periode in dit kamp heeft Harkema sr. in juli 1945 het boek 'Vught' geschreven. Hij weet dan nog niet dat zijn zoon niet meer uit Duitsland zal terugkeren. De laatste woorden van zijn boek krijgen daardoor een extra lading: 'Op den duur misschien zal het mogelijk zijn onze gevoelens van haat terug te drijven. Wij zijn Europeanen en geen wilde horden en wij weten, dat onze beschaving niet kan worden gebouwd op haat. Wij willen verder leven en werken als mensen, die deze naam waard zijn. Maar wij willen nooit weer zuchten onder de tirannie van Fascisme en Nationaal-Socialisme. Liever dood, dan ons te onderwerpen en ons geweten te bezoedelen aan het Hakenkruis. Wij willen werken en strijden in een Rechtsstaat, waarin gestreden kan worden voor Vrijheid, Welvaart en Beschaving voor allen'.


Vorige persoon (P. Ham) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (L. Harrewijn)