Op 16 mei 1944 werden aan beide zijden van de Merwede honderden jonge mannen
opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Velen van hen keerden nooit terug.

Vorige persoon (J.A. Ooms) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (T.Y. Paans)

Naam: Cornelis Paans
Roepnaam: Cees
Geboren:Dinsdag 18 Oktober 1921 te De Werken/Sleeuwijk
Adres:Bovendijk 103
Woonplaats:Sleeuwijk
Beroep:Landarbeider
 
Cees Paans gefotografeerd in 1946 Cees Paans gefotografeerd in 1990 De Vrijheidscourant, interview met zoon van Cees Paans, 5 mei 2005. Voor de volledig tekst zie Cees Paans in de namenlijst. Anmeldung Lippendorf 22 Cees Paans en Arie Eikelenboom in voorbereiding op reünie juni 1985 Cees Paans (l) en Arie Eikelenboom bij de begraafplaats te Pulgar, omstreeks 1969 Transportkaart Cees Paans vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Häftlingsgeldverwaltung Cees Paans Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen)
 
Opgepakt bij de Razzia in Sliedrecht en Hardinxveld van 16 mei 1944: in de Dordtse Biesbosch .
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1065
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Cornelis Paans is NIET vrijgelaten
 
Op 7 juli 1944 's-morgens om 02:30 uur werden de gevangenen afgemarcheerd naar het station in Amersfoort om per trein naar Duitsland vervoerd te worden.
 
Kampen in duitsland:
Plaats, kamp: Schkopau, Gemeinschaftslager
Plaats, kamp: Lippendorf, De Kippe
Plaats, kamp: Peres, Alpenrose
 
Werkplekken in duitsland:
Plaats, plek: Schkopau, BUNA-Werke
Plaats, plek: Böhlen / Lippendorf, BRABAG en de A.S.W.
 
Cornelis Paans is teruggekeerd: Juni 1945
 
Overleden: Donderdag 27 Juli 1995 te Sleeuwijk
 
Persoonlijk verhaal:
 

Nachtmerries van de rozentuin
(tekst van het interview met Ad Paans, de zoon van Cees Paans, geplaatst in 'De Vrijheidscourant d.d. 5 mei 2005)

WERKENDAM/SLEEUWIJK – De eerste razzia in Sleeuwijk, Werkendam en de Biesbosch wordt gehouden dinsdag 16 mei 1944. Overigens vindt diezelfde dag ook een vergeldingsrazzia plaats in Sliedrecht, Giessendam en Hardinxveld. Enkele honderden jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar worden gegijzeld en afgevoerd naar Kamp Amersfoort. De groep staat bekend onder de naam ‘Merwedegijzelaars’.

De razzia’s zijn een vergelding voor de dood van twee landwachters in de nacht van 9 op 10 mei bij de Helsluis in de Zuid-Hollandse Biesbosch. De 48 opgepakte mannen, veelal onderduikers en landarbeiders, vanuit de Biesbosch, Werkendam en Sleeuwijk worden met de handen op de rug aan elkaar geboeid en in twee vrachtwagens met bewakers naar de Sleeuwijkse pont gereden. Vanaf Sleeuwijk gaat de reis naar Sliedrecht. Bij de Hervormde kerk aldaar worden in totaal vijftien vrachtwagens met ‘Merwedegijzelaars’ verzameld. Ook op het schoolplein van de School met de bijbel nabij de boogbrug in Neder-Hardinxveld worden gijzelaars verzameld. Op beide lokaties staat thans een herdenkingsmonument aan de Merwedegijzelaars. Van de opgepakte gijzelaars uit het Land van Heusden en Altena worden later meer dan dertig mannen vanuit kamp Amersfoort op transport gesteld naar Duitsland. Één van hen is Kees (Cornelis) Paans uit Sleeuwijk; één van zijn zonen vertelt over ‘de hel’ die zijn vader nadien meemaakte. “Mijn vader werkte als landarbeider in de Biesbosch; hij woonde toen aan de Bovendijk in Sleeuwijk, nu is dat de Woudrichemsedijk. Bij aankomst in kamp Amersfoort bleven de gijzelaars eerst een week in burgerkleding rondlopen”. Één van de andere gijzelaars, B. Egas uit Hardinxveld tekende zijn verschrikkingen in het kamp op. “De eerste kennismaking met het eten was niet zo best. De ‘sloebersoep’ was zo slecht dat velen – in dit beginstadium – deze niet naar binnen konden krijgen en doorgaven aan de andere gevangenen, die het dankbaar aanvaardden”. Van de groep ‘Merwedegijzelaars’ worden al snel mensen vrijgelaten. “Veel mannen werden vrijgelaten uit kamp Amersfoort omdat zij werkten bij bedrijven voor de Duitse oorlogsindustrie, die mensen konden niet gemist worden. Maar mijn vader was slechts landarbeider”. Paans verblijft van 17 mei tot 6 juli in Kamp Amersfoort alvorens hij op transport wordt gesteld naar Duitsland. De heer Bas Egas uit Hardinxveld over 23 juni 1944: “Deze vrijdag begon weer met strafappèl, maar om tien uur kwam Stender, één van de betere SS-ers. Kotälla en Westerveld waren echte beulen en sadisten. Kotälla was vooral berucht door zijn herdershond en zijn trap tussen de benen”. Ook bij het op transport zetten van de ca. 650 gijzelaars naar Duitsland wordt Kotälla genoemd. “We werden in rijen van vier opgesteld. Kotälla was ‘op zijn best’. Hij ging als een beest te keer”.

Cees Paans komt uiteindelijk in kamp de Kippe in Lippendorf terecht; het ligt op een plateau van een afvalberg van het chemisch bedrijf ‘ASW Böhlen’ in de buurt van Leipzig. Puinruimen, veroorzaakt door de vele bombardementen, wordt zijn hoofdtaak. Dag en nacht worden hier weken aaneen bommen afgeworpen. Het kamp is een Arbeitserziehungslager en de arbeids- en levensomstandigheden zijn over het algemeen zwaarder dan die in een concentratiekamp. De dwangarbeiders van vele nationaliteiten maken lange werkdagen: 12 uur per dag, 7 dagen per week. Het eten is nooit genoeg en medische verzorging ontbreekt. Op 16 april 1945 wordt Paans bevrijd, maar pas in juni keert hij terug naar Sleeuwijk. “Janus Paans, een broer van mijn vader was tewerk gesteld in Kassel; die is vader eerst lopend op gaan zoeken na zijn bevrijding. Vanaf Kassel zijn ze beiden samen met Gerrit van Beek per trein via Nancy en Maastricht naar Raamsdonkveer gereisd. Daar zijn ze overgevaren, de brug van Keizersveer lag immers in puin”, zo vertelt zijn zoon.

Vooral de verschrikkingen in kamp Amersfoort blijven Cees Paans zijn leven lang bij, in het bijzonder de Rozentuin van SS’er Kotälla achtervolgt hem in nachtmerries zo vertelt zijn zoon. Kotälla was een SS-er die met veel plezier gevangenen op afschuwelijke wijze mishandelde. De Rozentuin was zijn ‘uitvinding’; een langwerpige strafplaats waarvan de grond uit zacht zand bestond. Deze was omgeven door betonnen palen die met rollen prikkeldraad aan elkaar verbonden waren. Gevangenen werden gedwongen om in de Rozentuin 24 tot 48 uur doodstil te staan, zonder voedsel of drank. Ook andere kampgangers hebben de Rozentuin nooit vergeten. Één van hen is Gerard Martens, die het gedicht ‘Ik heb in de rozentuin gestaan’ schreef. Het eerste couplet:

Ik heb in de rozentuin gestaan.
In wind, in kou en in de regen.
Ik mocht me nauwelijks bewegen
en uit mijn oog rolde een traan,
die ik niet weg kon vegen.
Ik heb in de Rozentuin gestaan

“Mijn vader vertelde zelf zelden over die tijd, hij was daarin heel terughoudend. Toch wisten wij van kindsaf aan dat vader in een kamp had gezeten. Soms kreeg hij bezoek van een goede vriend die op het postkantoor in Oud-Alblas werkte. Hij zei altijd: ‘Dankzij jullie vader ben ik er nog’. Maar hoe mijn vader hem had gered, werd niet verteld. Vader had vaak nachtmerries, daar merkte je het aan. De deur van de toilet ging bijvoorbeeld ook nooit op slot van hem. Vooral de laatste jaren van zijn leven werd mijn vader geplaagd door nachtmerries; dan verzuchtte mijn moeder weleens ‘het was weer raak vannacht’. Ook kregen we wel bezoek van het maatschappelijk werk van stichting 40-45 en dan kon mijn vader zijn verhaal kwijt. In 1968 is hij nog met een groep kampgenoten naar Böhlen gereisd en in 1995 is hij bij de grote herdenking in Kamp Amersfoort geweest. Één jaar kamp heeft mijn vader echt tien jaar van zijn leven gekost. De oorlog speelde altijd een rol in mijn jeugd. Mijn moeder had een gruwelijke hekel aan Duitsers, wilde er beslist niet op vakantie. Ze was ook doodsbang van onweer. Zij overleefde zelf een bombardement in december 1944 op de Vissersdijk in Gorinchem. Een zus van haar verdronk tijdens de oorlog met man en kind in Duitsland”. Een emotioneel moment dat hij meemaakte met zijn vader was tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis. “We kwamen op bezoek bij vader, maar hij lag niet in zijn bed. De zuster wist ook niet direct waar hij was. Toen we hem vonden, zat hij helemaal weggedoken in een hoekje. Hij fluisterde over ‘die rotschoft, Kotälla’ en ‘de rozentuin’. In het voormalige Beatrixziekenhuis had je ook een rozenperkje voor de ingang, misschien werd hij zo herinnerd aan die tijd in kamp Amersfoort”.

Cees Paans overleefde de verschrikkingen tijdens zijn verblijf in Kamp Amersfoort en het Duitse Arbeitserziehungslager, maar niet iedereen keerde terug. Karel van Hartingsvelt, Johan den Hollander, Cornelis Ippel, Teunis Koesveld en Pieter Schouten uit Werkendam kwamen er om. Andere namen van Merwedegijzelaars uit de regio die in Duitsland tewerkgesteld werden als dwangarbeider, die achterhaald konden worden zijn:
- Uit Werkendam Jan Rijkers, Jan Marcelis, M. Hoek Joh. Baggerman, M.J. van der Schuit, G. Schaddelee en D. van Elzelingen.
- Uit de Werken Nicolaas van Heukelom, Cornelis C. Ippel, Pieter Korsman, Teunis Paans en Johan den Hollander.
- Uit Sleeuwijk Cornelis Paans en Gerrit van Beek.
- Uit Kille Cornelis Colijn.
- Uit Almkerk Jan Kamp
- Uit Nieuwendijk A. v.d. Stelt.
- Uit Hank J.A. Heijmans.
- Uit de Biesbosch Pieter Schouten, K.J. Janse, I.J. Baelde, K.W. Baelde, Albert Wiebenga, P.G. van de Broek, Antonie voor den Dag, W. J. de Kievit (smid), Teunis Koesveld, Evert Jan Kolff en Jac. Kolff.

Bronnen:
www.razziabeverwijk.nl
www.kampamersfoort.nl
Het geheim van de Biesbosch van Bas Zijlmans
Herdenkingsuitgave ’50 jaar bevrijding’ van Historische Vereniging Hardinxveld
Archief Historische Vereniging Werkendam en de Werken c.a.


Vorige persoon (J.A. Ooms) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (T.Y. Paans)