In de nacht van 9 op 10 mei 1944 schiet het verzet bij de Helsluis twee landwachters dood. Als represaille worden in de week daarna aan beide zijden van de rivier de Merwede honderden veelal jonge mannen opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Van deze mannen keerden er 25 niet terug.

Vorige persoon (H. Trooyen) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J. Veld)

Naam: Pleun den Uil
Roepnaam: Pleun
Geboren:Zaterdag 2 Augustus 1924 te Sliedrecht
Adres:C 13
Woonplaats:Sliedrecht
Beroep:Hilfsarbeiter
 
Transportkaart Pleun den Uil vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Häftlingsgeldverwaltung Pleun den Uil Kamp Amersfoort (Bron:digitaal archief ITS Bad Arolsen) Pleun den Uil
 
Opgepakt op 16 Mei 1944 bij de vergeldingsrazzia te Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Werkendam en de Biesbosch: thuis in Sliedrecht.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA werden alle persoonsgegevens genoteerd waaronder het beroep van de gevangene.
Gevangenenr:1076
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Pleun den Uil is vrijgelaten: Vrijdag 11 Augustus 1944
 
Overleden: Vrijdag 29 Februari 2008 te Bergschenhoek
Begraven: Woensdag 5 Maart 2008 te Bergschenhoek
 
Persoonlijk verhaal:
 

Op 2 maart 2009 mailt zoon Jaap den Uil: 'Op 16 mei 1944 was mijn vader thuis. Hij had zich verstopt in de schoorsteen van het huis, maar helaas werd hij uiteindelijk toch gevonden en opgepakt. Mijn vader heeft veel geluk gehad. Ook hij zou in Kamp Amersfoort eigenlijk op transport gesteld worden naar Duitsland, maar dat ging op het laatste moment niet door (zie document op deze pagina). Uiteindelijk is mijn vader vrijgelaten in Amersfoort'.

Aanvulling van zoon Jan op 3 mei 2019: 'Enkele dagen voor het transport, plukte mijn vader een paardenbloem door het hek om op te eten. Toen kwam Kotälla de kampbeul met zijn hond en ging op zijn arm staan en sloeg mijn vader met zijn stok een schedelbasisfractuur, waardoor hij in de ziekenboeg werd opgenomen. Daar heeft hij tot zijn vrijlating gelegen. Eigenlijk was het dus ook een beetje zijn redding, hierdoor ging hij niet op transport.

Ook na zijn vrijlating had hij veel last van het kwetsuur. Mijn vader was een vredelievend mens, maar toen Van Agt 'de-drie-van-Breda' wilde vrijlaten in 1979, was hij zeer kwaad en boos. Dat ze zo'n beest - geen mens - zouden vrijlaten. Hij wilde naar Breda en hem desnoods zelfs ombrengen. Zo diep zat de haat bij hem. Hij had niets tegen de Duitsers, maar wel tegen de kampbeulen'.


Vorige persoon (H. Trooyen) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (J. Veld)