In de nacht van 9 op 10 mei 1944 schiet het verzet bij de Helsluis twee landwachters dood. Als represaille worden in de week daarna aan beide zijden van de rivier de Merwede honderden veelal jonge mannen opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Van deze mannen keren er 26 niet terug.

Vorige persoon (G. Veth) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (C.M. Visser)
hart

3 personen hebben Floris Vink in hun hart gesloten.

In het gastenboek kunt u uw persoonlijke boodschap opnemen.

Naam: Floris Vink
Roepnaam: Floris
 
Geboren:vrijdag 9 juni 1922 te Sliedrecht
Overleden: zondag 31 augustus 2003 te Sliedrecht
Begraven: te Sliedrecht
 
Adres:A 27
Woonplaats:Sliedrecht
Beroep:Arbeiter
 
Transportkaart Floris Vink vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Häftlingsgeldverwaltung Floris Vink Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Administratiekaart Floris Vink, PDL Amersfoort Kassenbeleg Kamp Amersfoort van mannen die zijn vrijgelaten op 6 juli 1944
 
Opgepakt op 16 mei 1944 bij de vergeldingsrazzia te Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Werkendam en de Biesbosch: Onbekend .
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA ingeschreven onder gevangenenummer: 1157
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Floris Vink is vrijgelaten: donderdag 6 juli 1944
 
Persoonlijk verhaal:
 

Floris Vink was al geselecteerd voor transport naar Duitsland, maar is niet vertrokken zoals het document op deze pagina laat zien. De reden hiervan is niet bekend, maar mogelijk is er een verband met het verhaal wat door Merwedegijzelaar Piet Parel na de oorlog is opgetekend:

"Eind juni kregen we allemaal een brief (stencil) waarin stond dat we in Duitsland tewerkgesteld zouden worden in zogenaamde Arbeits-ErziehungsLager. Deze brief moesten we naar ons huis sturen en daarin stond dat iemand van de naaste familie werkkleding moest brengen en een stevige koffer en dit alles naar het station in Amersfoort. Mijn moeder en mijn oudste broer brachten een houten koffer met twee overalls en ondergoed. Ze deden ook nog verschillende versnaperingen in de koffer. De koffers werden bij het station Amersfoort in Duitse vrachtauto’s (legerwagen) geladen en naar het kamp (aan Laan 1914) gebracht. Ieder kreeg daar zijn koffer en ’s nachts ging de trein richting Duitsland. De versnaperingen bleken in de korte rit van station naar Laan 1914 uit de meeste koffers gestolen. Toen wij de brieven kregen, die wij naar huis moesten sturen, kwam er een zekere dokter Boerma (waarschijnlijk uit Arnhem of omgeving) in onze barak en die vertelde ons, dat jongens die meenden ten gevolge van een of andere ziekte niet geschikt te zijn voor zwaar lichamelijk werk, een klein kansje hadden niet op transport naar Duitsland gesteld te worden. Hij kon rekenen op de medewerking van mevrouw Van Overeem (uit Heemstede?), voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis. Met mij hebben nog ongeveer 30 jongens die kans aangegrepen. Deze 30 waren allemaal jongens afkomstig uit de drie groepen Beverwijk, Bedum en Sliedrecht e.o. Ieder gaf aan dokter Boerma op, wat de reden van zijn verzoek was. Ik gaf op: ernstige reuma; ik had in de winter van 1942/1943 namelijk een zware reuma gehad. Op de zondagmiddag na de aankomst van de koffers ging dokter Boerma met dit groepje naar het voorplein buiten de kamppoort. Daar stonden de kampcommandant Berg, de “keuringsarts” dokter Klomp en nog een paar SS-officieren met een fraaie blonde rijnmeermin achter een typemachine. Wij moesten de meest lamentabele indruk vestigen en aan de (lichtelijk dronken) dokter Klomp vertellen wat onze kwaal was. Deze gaf dan een teken aan de (als altijd) stomdronken Berg en deze zei dan tegen de hoogblonde, diep gedecolletteerde “Jawohl” en dit betekende: niet op transport. Daarna heeft dit groepje van circa 30 jongens nog bijna twee maanden in het kamp doorgebracht. We werden dan eens hier, dan eens daar aan wat werk gezet (klompen en schoenen sorteren, oude uniformen sorteren, stro vlechten voor matten etc.). Na circa 7 weken heeft (waarschijnlijk ook weer via dokter Boerma) mevrouw Van Overeem weer eens geïnformeerd hoe het met deze groep achtergehouden jongens ging. Dit was op een woensdagmiddag 9 augustus. De volgende avond, bij het appèl, werden we opgeroepen en vrijdagmorgen werden we vrijgelaten. Die soepeler houding van de Duitsers zal wel te maken hebben gehad met de geslaagde invasie in Normandië".


Vorige persoon (G. Veth) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (C.M. Visser)