In de nacht van 9 op 10 mei 1944 schiet het verzet bij de Helsluis twee landwachters dood. Als represaille worden in de week daarna aan beide zijden van de rivier de Merwede honderden veelal jonge mannen opgepakt en door de bezetter weggevoerd. Van deze mannen keren er 26 niet terug.

Vorige persoon (A. Gort) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (R. Gort)
hart

4 personen hebben Jordanus Gort in hun hart gesloten.

In het gastenboek kunt u uw persoonlijke boodschap opnemen.

Naam: Jordanus Gort
 
Geboren:zondag 29 januari 1922 te Sliedrecht
Overleden: vrijdag 18 oktober 2002 te Sliedrecht
Begraven: woensdag 23 oktober 2002 te Sliedrecht
 
Adres:C 91
Woonplaats:Sliedrecht
Beroep:Timmerman
 
Jordanus (l) en Roel Gort (r) kort na thuiskomst uit Kamp Amersfoort, juli 1944 Administratiekaart Jordanus Gort, PDL Amersfoort Transportkaart Jordanus Gort vanuit Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Häftlingsgeldverwaltung van Jordanus Gort Kamp Amersfoort (Bron: digitaal archief ITS Bad Arolsen) Kassenbeleg Kamp Amersfoort van mannen die zijn vrijgelaten op 6 juli 1944 Jordanus Gort
 
Opgepakt op 16 mei 1944 bij de vergeldingsrazzia te Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Werkendam en de Biesbosch: thuis in Sliedrecht.
 
Op dinsdag 16 mei 1944 per overvalwagen afgevoerd naar het PDA in Amersfoort
 
In het PDA ingeschreven onder gevangenenummer: 1149
 
Tussen 16 mei 1944 en 7 juli 1944 werden 263 gegijzelden vrijgelaten
Jordanus Gort is vrijgelaten: donderdag 6 juli 1944
 
Persoonlijk verhaal:
 

Roel Gort, de broer van Jordanus, vertelt op 14 augustus 2010 het volgende:

'Mijn broer Jordanus en ik werden op 16 mei 1944 ’s ochtends rond een uur of elf thuis opgepakt. Mijn broer was 22 en ik 19. We woonden op Wijk C 91 (later hernoemd als Kerkbuurt 195), waar mijn vader een meubelzaak had (in Sliedrecht ook wel bekend als ‘het huis met de stoel op het dak’). We werden naar de Grote Kerk gebracht, waar al heel veel andere jonge kerels stonden. We hebben daar de rest van de dag gestaan in afwachting van wat er zou gaan gebeuren. ’s Avonds werden we in overvalwagens afgevoerd naar Kamp Amersfoort. Gelukkig kwamen mijn broer en ik in dezelfde barak terecht. Heel lang zijn we er niet geweest, ik denk zo tot begin juli 1944. Ik heb dan ook niet zo heel veel herinneringen meer aan die tijd. Wat ik nog wel weet, is dat we helemaal onder de luizen zaten en dat we ons gek krabden van de jeuk. En wanneer we ’s avonds in de barak lagen, kwamen er regelmatig bezopen soldaten binnen om ons te kwellen met ‘op de bedden, onder de bedden’. Ze hadden dan een knuppel bij zich en als je niet snel gehoor gaf aan hun bevelen, dat maakte je op een onaangename manier kennis met die knuppel. Sterkere staaltjes van pesterij en mishandeling van gevangenen vonden plaats in de beruchte Rozentuin. Urenlang moest men daar onbeweeglijk stil staan of opdrukken,  ‘pompen’ noemden we dat. Wanneer iemand daar door uitputting bij neerviel, werd hij met een emmer water tot bewustzijn gebracht waarna het weer verder ging. Gelukkig hebben mijn broer en ik dat zelf nooit hoeven ondergaan. Het was niet alleen maar ellende wat de klok sloeg. Doordat er zoveel jongens uit Sliedrecht waren, met behoorlijk wat bekenden dus, was het soms ook best gezellig. Onze werkzaamheden stelden niet veel voor. Sommige jongens werkten in de strovlechterij, maar ik kan me zelf alleen maar het bijvegen van de barakken herinneren. Eigenlijk verveelde ik me daar nogal.

 

Eind juni moesten we een brief naar huis sturen, waarin stond dat de familie ervoor moest zorgen dat wij een koffer met spullen zouden krijgen. We stonden namelijk op de nominatie om op transport naar Duitsland gesteld te worden. Op het laatste moment is dat door een tragische en merkwaardige speling van het lot niet doorgegaan. Aan het begin van de oorlog, op 11 mei 1940, zijn een broer en een zus van mij omgekomen bij een bombardement in Alblasserdam. Mijn vader was van mening dat ons gezin daardoor genoeg geleden had en zette alles op alles om mijn broer en mij uit Kamp Amersfoort vrij te krijgen. Ook heeft onze werkgever Leen Smit mogelijk een rol gehad in de vrijlating van mijn broer en mij uit Kamp Amersfoort. Feit is, dat we daar in juli werden vrijgelaten. Het is best een dubbel gevoel, dat de dood van onze broer en zus ons – mijn broer en mij - waarschijnlijk gered heeft. Wie weet hoe het ons was vergaan als we in Duitsland in een kamp terecht waren gekomen. Van de jongens die daar wel heen gegaan zijn, zijn er heel wat niet meer teruggekeerd.

 

Mijn broer en ik namen na onze vrijlating uit Kamp Amersfoort de trein terug naar Sliedrecht. Daar werden we warm onthaald. In de tuin van ons huis werd meteen een foto van ons genomen: allebei met een kaalgeschoren hoofd en onze koffer die Duitsland gelukkig nooit zou bereiken’.


Vorige persoon (A. Gort) | Terug naar de lijst | Volgende persoon (R. Gort)